thierrypicking

23-01-2020 - Woord van de Dag - Van Dale Uitgevers

thierrypicking

Gisteren was de hashtag #thierrypicking trending op Twitter. De aanleiding was een artikel van journalist Rob Wijnberg op de website De Correspondent. Onder meer het Nederlands Dagblad schrijft er vandaag over: Thierrypicking is het selectief allerlei wetenschappelijk klinkende dingen zeggen om volstrekt … Lees verder

Gisteren was de hashtag #thierrypicking trending op Twitter. De aanleiding was een artikel van journalist Rob Wijnberg op de website De Correspondent. Onder meer het Nederlands Dagblad schrijft er vandaag over:

Thierrypicking is het selectief allerlei wetenschappelijk klinkende dingen zeggen om volstrekt onwetenschappelijke onzin te verkopen, zo legt hij uit. Hij heeft het niet verzonnen. Zo noemde VVD-politicus Klaas Dijkhoff het al eens tijdens een debat in de Tweede Kamer, en schamperde hij daarbij over de quasi-science van Thierry Baudet van Forum voor Democratie.

Dijkhoff liet het woord thierrypicking vorig jaar maart in de Kamer vallen, maar het is al ouder. Op 14 september 2013 schreven de Betrouwbare Mannetjes (Melle Runderkamp en Simon Hendriksen) in de Volkskrant onder de kop ‘Thierry picking’ een column over de introductie van het woord oikofobie door Baudet:

Fraaie vondst hoor. Als je een nieuw woord introduceert, heb je sowieso onze aandacht. Of het nou gaat om consuminderen, digibeet, flexitariër of salon-populist. En zeker als je er -fobie of -filie achter zet. Dat haalt die ingewikkelde nuance van tafel en je hebt iedereen direct waar je ze hebben wil: in het ziekbed. Gezellig. En ook nog eens behandelbaar.

Op 29 september 2018 herhaalden De Betrouwbare Mannetjes dat woord toen ze berichtten dat Baudet aan de haal was gegaan met een opmerking van demograaf Jan Latten over bevolkingsgroei in Nederland.

En toen werd het begin maart 2019 en weerklonk het woord thierrypicking uit de mond van Klaas Dijkhoff in de Tweede Kamer en werd het een begrip. Nou ja, in politiek Den Haag dus.

Dat thierrypicking gisteren trending was op Twitter draagt bij aan de algemene bekendheid ervan, maar wil nog niet zeggen dat we met een nieuwe courante soortnaam te maken hebben. Daarvoor is het woord – dat uiteraard geïnspireerd is op cherrypicking (mis­lei­ding door het se­lec­tief noe­men van fei­ten of het ci­te­ren van uit­spra­ken die van pas ko­men, met ver­zwij­ging van an­de­re) waarvan het tevens een synoniem is – nog te veel aan Thierry Baudet zelf verbonden. Pas als Dijkhoff, Marijnissen of Klaver van thierrypicking beticht wordt, hebben we écht een interessante nieuwe politieke term.

Definitie

thierrypicking (het, g.mv.) mis­lei­ding door het se­lec­tief noe­men van fei­ten of het ci­te­ren van uit­spra­ken die van pas ko­men, met ver­zwij­ging van an­de­re, synoniem cherrypicking; gevormd als toespeling op het van oorsprong Engelse woord cherrypicking, waarbij het eerste deel vervangen is door de voornaam van de Nederlandse politicus Thierry Baudet (1983)


hart- en zielzorger

22-01-2020 - Woord van de Dag - Van Dale Uitgevers

hart- en zielzorger

In Trouw staat vandaag een interview over het begrip voltooid leven (‘Het is opmerkelijk hoe snel in Nederland het begrip voltooid leven over de toonbank geschoven en geadopteerd is, zonder dat duidelijk is wat ermee bedoeld kan zijn.’) met een … Lees verder

In Trouw staat vandaag een interview over het begrip voltooid leven (‘Het is opmerkelijk hoe snel in Nederland het begrip voltooid leven over de toonbank geschoven en geadopteerd is, zonder dat duidelijk is wat ermee bedoeld kan zijn.’) met een geestelijk verzorger die wordt getypeerd als

hart- en zielzorger bij het Daan Theeuwes Centrum in Woerden

Het woord zielzorger is bekend en staat ook in de Dikke Van Dale, maar een hartzorger? Na het lezen van het interview is wel ongeveer duidelijk wat daarmee bedoeld wordt, zeker in de combinatie hart- en zielzorger, waarin tevens de uitdrukking (met) hart en ziel doorklinkt. Maar gebruikelijk is hartzorger bepaald niet.

Ook de combinatie hart- en zielzorger blijkt op internet nauwelijks te vinden te zijn en áls dit woord opduikt, gaat het meestal over de geïnterviewde persoon in Trouw. Vermoedelijk is het een zelfbedachte beroepsnaam, die synoniem is met geestelijk verzorger, waarbij het element hart benadrukt dat de zorg zich niet alleen uitstrekt tot het geestelijk leven maar ook tot de emotie. Daarnaast verbindt hart- en zielzorger het hart (gevoel) met het hoofd (ratio) én zegt het – dankzij de associatie met de uitdrukking met hart en ziel (volkomen oprecht en met volle toewijding) – iets over de hart- en zielzorger zelf. Dat is kennelijk een zeer toegewijde geestelijk verzorger.

Vroeger werd met een geestelijk verzorger meestal een ‘zielenherder’ aangeduid: een (protestantse of rooms-katholieke) geestelijke die mensen bijstond in hun geestelijk leven (hun gevoelens, veelal in relatie tot hun geloofsbeleving) en in het bijzonder in hun geestelijke nood. Later werd ook de humanistisch raadsman wel een geestelijk verzorger genoemd, omdat hij/zij mensen niet zozeer zielzorg biedt (immers: bestaat er binnen het humanisme wel een lichaam-zieldualiteit?) als wel bijstaat in hun gevoelsleven. In de term hart- en zielzorger worden de beide aspecten – het aardse gevoel en het geestelijk leven – van de al-dan-niet-gelovige verenigd.

Definitie

hart- en zielzorger (de, -s) geestelijk verzorger