WVDD: zzp-leraar

Gisteren hoorden we op de zakenzender BNR dat flexdocenten zzp-leraren werden genoemd:

Uitzend-docenten, zzp-leraren en tijdelijke onderwijzers: de flexdocent is in opkomst. Dat blijkt uit cijfers die BNR heeft opgevraagd bij het CBS. In drie jaar tijd nam het aandeel docenten in het voortgezet onderwijs zonder vast contract met bijna een kwart toe.

Dat is interessant, want langzamerhand begint zich af te tekenen dat de afkorting zzp zich gaat gedragen als een productief eerste woorddeel in samenstellingen: al eerder tekenden we zzp-bouwvakker, zzp-docent, zzp-journalisten zzp-verpleegkundige op. De betekenis ligt voor de hand: het gaat om bouwvakkers, docenten, journalisten en verpleegkundigen die als zzp’er werken.

Samenstellingen als zzp-bouwvakker en zzp-leraar worden geboren uit het verlangen van veel taalgebruikers zich kort en bondig uit te drukken: leraar die als zzp’er werkt is immers breedsprakiger en vergt meer ruimte in een publicatie dan zzp-leraar.

Of de zzp-leraar zelf een gangbare samenstelling met zzp wordt, moeten we afwachten, maar dat zzp in de toekomst vaker in samenstelling zal optreden, is evident. Tenzij de arbeidsmarkt ingrijpend verandert en dienstverleners die nu als zzp’er hun brood (en straks misschien ook wel hun AOW-plus) moeten verdienen, weer ouderwets in loondienst gaan werken.

Definitie

zzp-leraar

(m, -leraren) leraar die als zzp’er werkt, synoniem flexdocent, zzp-docent

Ton den Boon, hoofdredacteur Dikke Van Dale

Het Woord van de Dag (#WVDD) wordt mede mogelijk gemaakt door Taalbank.nl. Dit artikel is ook te vinden op de website van Taalbank.nl.