Woord van de dag
'natuursafari'
Avontuur bestaat nog. Zelfs in de lage landen bij de zee kun je namelijk tegenwoordig op safari: 'Terwijl Staatsbosbeheer zijn plannen ontvouwde om in de Oostvaardersplassen heuse poldersafari's te gaan organiseren, leek in Limburg de wilde natuur gewoon naar de mensen te komen,' schrijft deVolkskrant vanochtend.
Op poldersafari kunnen we trouwens al sinds 2003. Toen stond dat woord althans voor het eerst in een Nederlandstalige krant. In dat jaar organiseerde een boer in Papekop (tussen Oudewater en Woerden) namelijk een poldersafari, waarbij de toeristen in een open kar, getrokken door een tractor, langs diverse agrarische bezienswaardigheden werden vervoerd.
Schieten mag niet, en een safaripak is niet verplicht bij zo’n poldersafari, evenmin als bij een natuursafari, een waddensafari, een strandsafari, een bossafari, een heidesafari, een moerassafari, een weidesafari, een watersafari of een stadssafari. De woorden berm- en geveltuinsafari hebben we in de media niet aangetroffen, die houden we daarom bij dezen maar ten doop.
Safari is allang niet meer de naam voor een jachtexpeditie. De betekenis van het woord is afgezwakt tot 'toeristische rondrit'. Als er bij zo’n rondrit gelegenheid wordt gegeven tot fotograferen of filmen, heet het een foto- respectievelijk filmsafari. Als je tussendoor lekker gaat eten. Heet het een eetsafari. Wanneer je tijdens je rondtocht kunst kunt kijken of kopen, dan heet het een kunstsafari. Wordt de safari georganiseerd door de plaatselijke middenstand die best wat extra omzet kan gebruiken, dan heet het een shop- of winkelsafari. Specifieke shopsafari’s zijn de mode- of kledingsafari, de schoenensafari, de meubelsafari en de keukensafari. De dagelijkse inkopen doen we natuurlijk tijdens de boodschappensafari en gehaaide kooptoeristen gaan natuurlijk alleen maar op koopjessafari.
Na afloop daarvan kun je gelukkig altijd nog op biersafari, want dat is tegenwoordig wat we vroeger een kroegentocht noemden.
© Taalbank, 22 februari 2012
Vorige Woord van de Dag
'gaatjesmethode'
Vandaag schrijft Het Parool dat inbrekers in de omgeving van Amstelveen de laatste tijd vaak gebruik maken van de gaatjesmethode. Daarbij boort de onverlaat een gaatje in een kozijn dat met hefboompjes wordt gesloten om vervolgens met een ijzerdraadje het hefboompje op te tillen om het raam te openen. Je moet er maar op komen.
Het woord gaatjesmethode blijkt bij boeven en boevenvangers al langer courant te zijn. En ook de kranten hebben sinds 2000 een paar keer over deze inbraakmethode geschreven. Het wordt dan vaak in één adem genoemd met andere populaire inbraakmethoden, zoals de Bulgaarse methode (waarbij cilindersloten finaal doorgezaagd worden). Ook de gaatjesmethode schijnt trouwens een inbraakmethode te zijn die vooral bij inbrekers van Midden- en Oost-Europese origine populair is.
Bekender dan het woord gaatjesmethode is de soortnaam voor de inbrekers die deze methode toepassen. Zulke inbrekers staan namelijk bekend als gaatjesboorders. Sinds het begin van de jaren negentig van de twintigste eeuw hebben we dat woord al bijna 400 keer in de kranten aangetroffen. Daarmee is het woord inmiddels wel rijp voor het woordenboek.
© Taalbank, 21 februari 2012
www.taalbank.nl