Kleedjes, onesies en rokjesdag: Klerenwoorden & modetaal

Ik hou van kleren. Vooral van jurken met stippen, rode laarzen en leren jasjes. Kleren hoeven niet praktisch te zijn, roep ik altijd vrolijk. Maar dan mis ik de trein weer, want met stilettohakken rennen op een perron is toch net een wat minder goed idee. En als ik op de fiets naar m’n werk zit en een intense sneeuwbui mijn mooie leren jasje bederft, denk ik weleens dat een ANWB-windjack helemaal niet zo gek zou zijn. Op mijn werk ben ik trouwens óók veel met kleren bezig, want ik werk mee aan een woordenboek en daar beschrijf ik (onder andere) de woorden voor kledingstukken. Wat is het verschil tussen een momjeans en een boyfriendjeans? Waar hoor je kleedje en waar jurk? En wat is een sjamberloek?

Leuk, alleen je kunt nog zoveel meer over kleren vertellen buiten soms wat starre woordenboeklemma’s om. Daarom heb ik Klerenwoorden & modetaal geschreven. Wist je dat de legging eigenlijk héél erg achttiende eeuw is? En dat je vroeger ook al onesies had? Alleen heetten ze toen nog niet zo. Blazer is uit, colbert is vrij normaal, maar je kunt ook gewoon jasje zeggen, maar jasje is ook weer een algemeen woord voor allerlei jasjes, en dat levert dan soms weer wat taalverwarring op.

Sommige klerenwoorden zien er best saai en doorzichtig uit, huispak, naveltruitje en rokjesdag bijvoorbeeld, maar bij die woorden horen verhitte discussies, en die leveren ook weer een hoop mooie klerenverhalen op. Andere klerenwoorden zijn eigenlijk wat ouderwets: borstrok bijvoorbeeld. Je ziet de borstrok bijna nooit meer live, hooguit een enkele keer – hevig overprijsd – op een paspop in een vintagewinkel, maar het woord wordt gekoesterd.

Maar je hebt ook klerenwoorden die echt nieuw zijn, haktiviste bijvoorbeeld: dat is een vrouw die zich verzet tegen kledingvoorschriften op de werkvloer, het verplicht dragen van make-up en schoenen met hoge hakken bijvoorbeeld. En het onlineshoppen bracht ons wardrobing: dat wordt weleens ‘het nieuwe ruilen’ genoemd.

In Klerenwoorden & modetaal staan geen modeblogs vol hip Engels (even gauw je #OOTD posten, wishlists maken voor al je musthaves, en vooral je curves embracen). Maar er staat wel een stukje in over modeblogtaal. En het boek gaat ook niet alleen over stoffelijke kleren, maar behandelt ook meer ‘onstoffelijke’ mode. Kapsels bijvoorbeeld: blockheads, hipsterbaarden en manbuns (hippe knotjes op mannenhoofden). En kortpittig natuurlijk, want dat is inmiddels zo’n beroemd/berucht begrip dat het al als één woord wordt geschreven. En er is een heuse tatoeagewoordenschat.

Maar klerenwoorden schreeuwen om beeld, want kleren zijn het leukst met leuke mensen erin. Daarom staan er in het boek ook heel veel foto’s, allemaal gemaakt door Boukje Verheij. Geen fotoshop, geen modellen van 12 kilo, maar allemaal mooie mensen met een mooie stijl.

Ik sta nogal eens wanhopig voor mijn klerenkast, want ik heb zoveel jurken met stippen, zoveel rode laarzen en ook best veel leren jasjes. Keuzestress dus, net als bij het kiezen van de woorden voor Klerenwoorden & modetaal. Maar volgens mij is het een mooi aangekleed boek geworden.

Vivien Waszink, auteur Klerenwoorden & modetaal

Afbeeldingen: © Boukje Verheij