Slagen met Van Dale

De examens staan weer voor de deur! Welk woordenboek moet je kiezen? En waar moet je op letten bij het gebruik van een woordenboek? Lees snel onze tips en slaag ook met Van Dale. Sterkte en veel succes!

  1. Welk woordenboek moet ik kiezen?
    - Speciaal voor gebruik op school zijn er de Van Dale Pocketwoordenboeken. Bekijk hier een voorproefje.
    - Meer woorden, meer zekerheid? Kies dan voor de Van Dale Middelgrote woordenboeken.
     
  2. Nieuw woordenboek? Lees voor je examen de gebruiksaanwijzing!
    We raden je aan om in de periode vóór je examen regelmatig te oefenen met het opzoeken van woorden. Lees ook de gebruiksaanwijzing door die je aan het begin van het boek vindt. Zo raak je vertrouwd met je woordenboek en voorkom je verrassingen tijdens het examen.
     
  3. Goed in grammatica?
    Om een tekst in een vreemde taal goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk dat je de grammatica van die taal goed kent. Kennis van de grammatica helpt je zinnen uit de tekst te analyseren. Of het nu gaat om Franse werkwoordsvormen of Duitse naamvalsvormen. Weinig tijd en geen zin om hele lappen tekst te lezen? Gebruik dan de Van Dale Grammatica's. Dat is onze geheimtip!
     
  4. Waar zoek ik …
    Zoek in het woordenboek op de basisvorm:
    - vervoegde werkwoordsvormen vind je in het woordenboek onder het hele werkwoord (de infinitief)
    - woorden in het meervoud vind je in het woordenboek onder het enkelvoud
    - zoek je een voorbeeld? maak dan gebruik van de blauwe gidswoorden

  5. "Ik begrijp alle woorden, maar de zin slaat nergens op…"
    Als je dat denkt, moet je misschien toch een of enkele woorden uit de zin opzoeken. Bedenk daarbij dat een woord vaak meerdere betekenissen kan hebben. Een andere valkuil is dat een Engels, Frans of Duits woord op een Nederlands woord lijkt, maar iets heel anders betekent.

  6. "Dit woord had ik allang moeten weten!"
    Schaam je nooit om een woord of uitdrukking op te zoeken, ook als je van jezelf vindt dat je het echt al had moeten weten. Je hebt ook van die woorden en uitdrukkingen, die je elke keer moet opzoeken, omdat je toch weer gaat twijfelen. Zoals waken voor, dat je makkelijk kunt verwarren met waken over. Of olie op de golven vs. olie op het vuur.
     
  7. Haal meer uit je woordenboek!
    Wist je dat:
    - je het woordenboek Nederlands vaak ook mag gebruiken bij algemene vakken, zoals biologie of aardrijkskunde?
    - in het woordenboek Nederlands ook veel synoniemen staan? Dat is erg handig als je een tekst moet schrijven en niet telkens hetzelfde woord wilt gebruiken.
    - in het Middelgrote woordenboeken ook veel extra informatie staat over spelling, correct woordgebruik, tips en taalweetjes?

 

 

--------------------------------------------------------------------------

Zoek in het woordenboek op de basisvorm:

Nederlands:

  • sommige woorden waarvan je misschien denkt dat je ze los schrijft, schrijf je juist aan elkaar: allesbehalve, gebruikmaken, uitenterna, vanjewelste
  • het hondje is overreden vs. ik kon hem met moeite overreden => in de eerste zin is overreden het voltooid deelwoord van overrijden, in de tweede zin is overreden een eigen ingang
  • de meeste academici zijn van mening … => academici is het meervoud van academicus

 

Engels:

  • I love to eat potatoes => potatoes is het meervoud van potato
  • he was petrified => petrified is een vervoeging van petrify
  • that's undeniably  true => undeniably is de bijwoordsvorm van undeniable

 

Frans:

  • la libre circulation des capitaux => capitaux is het meervoud van capital
  • le marchand vend des œufs => vend is een vervoeging van vendre
  • il se peut que ... => peut is een vervoeging van pouvoir
  • une vieille femme => vieille is de vrouwelijke vorm van vieux

 

Duits:

  • wie spät schließen die Läden? => Läden is het meervoud van Laden
  • sie hält nicht viel aus => hält … aus is een vervoeging van aushalten
  • Muscheln habe ich noch nie gemocht => gemocht is het voltooid deelwoord van mögen
  • bargeldloser Zahlungsverkehr => bargeldloser is de verbogen vorm van bargeldlos

 

 [naar boven]

Voorbeelden van woorden met verschillende betekenissen: 

- een kiosk kan in het Engels bijvoorbeeld ook telefooncel betekenen; forge kan smeden betekenen, maar ook vervalsen
- een gare is in het Frans een station, maar gare à … betekent let op!
- een Messe kan in het Duits een jaarbeurs zijn, maar ook een mis (kerkdienst).

Voorbeelden van woorden die op elkaar lijken, maar iets heel anders betekenen:

- eventually betekent in het Engels uiteindelijk (dus niet eventueel!)
- rage betekent in het Frans woede of hondsdolheidrare is zeldzaamhorloge is een klok, recherche is onderzoek
- bellen betekent in het Duits blaffen, doof is stom, knapp is krap, trainieren is trainen 

 [naar boven]

Uitdrukkingen/voorbeelden vind je onder het grondwoord:

  • plussen en minnen vind je in het woordenboek Nederlands onder plus
  • mashed potatoes vind je in Engels-Nederlands onder mash of potato
  • a great relief vind je in Engels-Nederlands onder relief
  • up to scratch vind je in Engels-Nederlands onder scratch
  • bon gré, mal gré vind je in Frans-Nederlands onder gré
  • ganz bestimmt vind je in Duits-Nederlands onder bestimmt