Column van Jaap Parqui: Noord-Ierland

Ik droom soms van een tweede huis. Liefst in Italië. Ik zie mezelf zitten in onze eigen olijfboomgaard, voeten bungelend in een beekje, tjirpende krekels, witte wijn, veertig graden en dolce far niente. Maar voor ik begin te rekenen hoe lang ik moet sparen, wordt mijn droom meestal al wreed verstoord. Midden in de deadlinestress op kantoor belt de beheerder van het huis dat de waterleiding is gesprongen: è un disastro! Of er is ingebroken. De maffia staat voor de deur. Al jaren geleden heb ik besloten dat de droom waarschijnlijk mooier is dan de werkelijkheid, en dat je beter vrienden kunt hebben met een tweede huis dan er zelf eentje kopen.

            Ik heb enorm veel geluk. Met twaalf andere mensen waren we uitgenodigd in Noord-Ierland, in het nieuwe tweede huis van vrienden. Ik hoef niet uit te leggen hoe ik me daarop had verheugd. Ik telde de korter wordende dagen af en eindelijk zetten we dan voet over de drempel. We begroetten iedereen, en kregen een rondleiding.

            Het regende bijna onafgebroken – had ik maar niet naar Noord-Ierland moeten gaan – dus veel zijn we niet buiten geweest. Naadloos gingen we van de lunch over op de borrel en gleden daarna geruisloos naar het diner. En we praatten. We praatten over het afgelopen jaar, het nieuwe jaar, de politiek van Noord-Ierland en de rest van de wereld. We vertelden elkaar bijzondere verhalen. Allemaal in het Engels.

Ik had het zo leuk met deze mensen. Ik had me voorgenomen om deze dagen even echt vrij te zijn van mijn werk en heb inderdaad geen woordenboek open gehad, zelfs niet op mijn telefoon. Toch heb ik een paar nieuwe woorden geleerd. Een van de kinderen had in het kerstspel op school als koning Caspar myrrh gegeven aan het kindeke Jezus (wat je uitspreekt als meur). De brem in de tuin noemden we gorse, en de pickles zitten in brine¸ pekelwater.

En ik had een mooie gedachte. Zonder Engels had ik nooit met deze mensen kunnen praten. Ik heb toch maar een prachtig vak, dat ik mensen kan helpen om beter hun talen te spreken en met mensen in de wereld te kunnen praten.

Jaap Parqui, taaluitgever bij Van Dale Uitgevers